Late lente - recensies

         
Schrijverspunt:

Boekrecensie

In »
Late lente« vertelt auteur Dick van Zijderveld op sublieme wijze over een keerpunt in het leven van vijf verschillende hoofdpersonen, in evenveel verschillende verhalen.
De gevoelens, emoties en denkwijzen van deze personen worden op een bijzonder herkenbare en realistische manier geschetst en weten bij de lezer een gevoel van sympathie en medeleven op te wekken.

De hoofdstukken zijn doorgaans vrij kort en zijn vlot geschreven, wat erg lekker leest.
»Late lente« is een boek, dat pakt vanaf de eerste pagina. Steeds vraagt de lezer zich af wat er zal gaan gebeuren, hoe de verhalen zich zullen gaan ontwikkelen. Door verrassende wendingen en bijzondere situaties weet Dick van Zijderveld de interesse goed vast te houden en wordt de lezer aangemoedigd om snel verder te lezen.

Op de achterflap wordt de vraag gesteld of de zichtbare dagelijkse realiteit de enige werkelijkheid vormt. In het boek wordt de alledaagse realiteit behoorlijk in twijfel getrokken. Wat is echt en wat is een illusie? Gebeurtenissen lijken zich toevallig voor te doen, maar is dat daadwerkelijk zo of bepaalt het lot de levens van de hoofdpersonen?

Titel:           Late lente, verhalen
Auteur:       Dick van Zijderveld
ISBN:          978 – 90 – 484 – 0611 – 1
Uitgever:     Free Musketeers
Prijs:           € 17,95

© Mark Pereboom-Vermeer / Schrijverspunt
Geplaatst op Schrijverspunt in mei 2010. Op deze pagina geplaatst met toestemming van Schrijverspunt.


Nationale Boekenblog:


De fantasie van de Vlaamse literatuur

De »on-Nederlandse« verhalenbundel van Dick van Zijderveld

Thierry Deleu heeft een recensie geschreven over
»Late Lente«, zo uitgebreid, dat die beschouwd kan worden als een essay over het korte verhaal.

Thierry Deleu geniet bekendheid als hoofdredacteur van het tijdschrift 
Boulevard’ (1970-1980), als uitgever van de reeks Schaap Boeken (in hoofdzaak poëzie) en als samensteller van enkele [...] Lees verder


--------------------------------

De geletterde mens & The razor en poëzine ’t (muzen-)Koeriertje:

LATE LENTE
Verhalen van Dick van Zijderveld

EEN VERRASSEND KNAP DEBUUT!

 
Late lente van Dick van Zijderveld is een bundel van vijf verhalen over personen die zich op een keerpunt in hun leven bevinden. Ieder reageert op zijn eigen manier op schijnbaar toevallige omstandigheden. Soms lijken gebeurtenissen niet goed te rijmen met het alledaagse gezond verstand, maar toch krijgen ze een plaats in het leven van de hoofdpersonen.

Is er een verschil in stijl tussen Vlaamse en Nederlandse literatuur? Volgens mij is er zeker een duidelijk verschil. De Vlaamse literatuur heeft een extremere fantasie en het magisch realisme komt sterker naar voren dan in literatuur uit Nederland. Is de Vlaamse stijl hierdoor moeilijker te begrijpen voor de Nederlandse lezer? Ik denk het niet. Kenmerken van de literatuur uit Nederland zijn het filosofische en navelstarende, die de Vlaamse lezer tegen de borst stuiten.
Van Zijderveld is de meest Vlaamse onder de Nederlandse auteurs.

Ik word ziek van de »eeuwenoude« mening dat het echte literaire leven slechts boven de Moerdijk begint. Vlaamse auteurs die in Vlaanderen werden uitgegeven, kregen weinig aandacht en daardoor boekten zij een bescheiden succes, tot ze door een Nederlandse uitgever werden »ontdekt«. Daarna steeg hun bekendheid.
Daarnaast blijkt ook dat boeken uit Vlaanderen (die idioom bevatten dat in Nederland weinig bekend is) in Nederland moeilijk aan de man te brengen zijn. Hiervan getuigt een anekdote over de Vlaamse uitgever Angèle Manteau. Zij liep een Amsterdamse boekhandel binnen en zag op de toonbank hoge stapels van Elsschots Verzamelde werken liggen. Op haar opmerking dat „Vlaamse auteurs anders toch wel goed schijnen te verkopen”, was de onmiddellijke reactie van de boekenverkoper: „Ja, maar mevrouw, die schrijven Nederlands.”

Dit terzijde!
Het verhaal is een merkwaardig en rijk genre. De beste verhalen laten de lezer in een lichte staat van verwondering en verwarring achter. Ze reiken sleutels tot interpretatie aan, maar het vraagt inspanning die te doorgronden. Deze inspanningsverplichting leidt tot inzicht. De meer oppervlakkige lezer kan ook gewoon genieten van het vervreemdende effect ervan. Verhalen zijn miniromans die, mits goed uitgewerkt, op zijn minst (vaak meer) kracht bezitten dan een vuistdikke roman.

Een goed verhaal staat vol met miniromans: relaties tussen mensen staan centraal, scheefgegroeide verhoudingen die liefdevol hadden kunnen zijn, gesprekken tussen mensen die stroef verlopen of op verwijtende toon, jaloezie speelt of angst, de beschrijving van gevoelens, gedachten en mijmeringen. Net zo abrupt als het verhaal begon, eindigt het, de lezer achterlatend met slechts een vermoeden van oorzaak, gevolg en betekenis.
Dit zijn essentialia die ook in de roman vaak het verhaal beheersen. En deze zijn ruim aanwezig in de verhalen van Dick van Zijderveld.

Laatst hoorde ik van iemand dat het verhaal het enige literaire genre is dat zal overleven. Misschien. Zeker is dat je een verhaal kunt laten uitdijen tot een roman. Indien je de grote lijn maar vasthoudt, door middel van tempo, ritme, muziek, cadens. Je kunt geen brood bakken zonder een vorm. Het verhaal is het zout in de pap, het enige literaire genre dat overleeft.
Wat willen de mensen horen? Iedereen kent het verhaal van Romeo en Julia en toch gaan ze naar het theater of naar de film. Vroeger hield de film op als het spannend werd. Wordt vervolgd. Meteen kwam je terug. Denk aan de Bijbel: hij staat stampvol spannende verhalen over seks en overspel. Vertel het de mensen duizendmaal, toch willen ze het altijd weer horen.

In de vijf verhalen van Dick van Zijderveld blijven vragen onbeantwoord, handelingen worden niet altijd verklaard. Deze raadselachtigheid wekt geen irritatie, maar fascineert. De auteur kiest bewust voor de verteltechniek die bij een bepaald verhaal of personage past.
In ieder verhaal kijk je als het ware door een sleutelgat: je krijgt een kleine, zorgvuldig begrensde inkijk in de situatie. De rest is gevoel, interpretatie. Van Zijderveld heeft een feilloos gevoel voor dosering, voor het opbouwen van tempo. De spanning in het verhaal doet je snakken naar een uitbarsting. Elk verhaal blijft boeiend. Van Zijderveld is een meester in het genre.

Je merkt dat Van Zijderveld vertrouwd is in wat hij moet doen als schrijver. Zijn geest converseert met zichzelf. Zijn verhalen hebben een overlevingskans. Hij gelooft erin.
Verlegen, bedeesd, spiritueel, het zijn woorden die op Dick van Zijderveld van toepassing zijn. Late lente is zijn debuut. Verhalen over mannen die op een keerpunt in hun leven staan en met de vraag worden geconfronteerd: ’Is dit lot of toeval?’

Het is een opmerkelijke bundel, want wie kon verwachten van een socioloog en wetenschappelijk onderzoeker dat hij geïntrigeerd is door datgene wat de wetenschap niet kan »meten en tellen«.
De hang naar het spirituele komt in bijna al zijn verhalen terug. De werkelijkheid is meer dan die waar je dagelijks tegenaan loopt. Of niet soms?
De schrijver heeft op een keerpunt in zijn leven gestaan. Rond 2001 besloot hij echt te gaan schrijven. Hij schoolde zich om. Hij werd schrijver en bovendien hoofdredacteur van het tijdschrift OpSpraak, uitgegeven door Stichting Beeldspraak in Nieuwegein.

Opvallend in het boek – maar niet verwonderlijk – is dat bijna alle personages een wetenschappelijke achtergrond hebben en zich als keurige, voorkomende heren gedragen. Van de vijf verhalen in Late lente heeft »Treurtniet en Vogelsang« mij het meest gepakt. De boekhouder op een saai kantoor, waar hij voor zijn collega’s het mikpunt van spot is, die inspiratie zoekt op Kreta. Hij verheugt zich op de komst van zijn vriendin, Ellen. Treurtniet krijgt de kans om afdelingshoofd te worden en gaat voor een vergadering naar het Griekse eiland. Het bedrijf blijkt betrokken te zijn bij malversaties en Treurtniet vraagt zich af of hij carrière wil maken binnen de onderneming of echt de stap wil wagen om schrijver te worden. Vogelsang beseft dat hij de hoofdpersoon van zijn roman heeft gevonden.


De verhalen

Elise
Een jonge onderzoeker beleeft een stormachtige liefdesnacht met de lieftallige Elise. Daarna verdwijnt zij spoorloos. Jaren later, na een snelle wetenschappelijke carrière, meent hij haar weer te ontmoeten.

Treurtniet en Vogelsang (lees ook hierboven)
Twee mannen hebben in hun leven geheel andere keuzes gemaakt in soortgelijke situaties. De één droomt ervan kunstenaar te worden, de ander is echt kunstenaar geworden. Beiden komen onverwacht voor wezenlijke beslissingen te staan.
Twee verhalen over twee mensen, twee mogelijke levenslopen van dezelfde persoon. Of schrijft de één het verhaal van de ander?

Late lente (fragment)
Die dag bedacht Willem Biggelaer – Wimpie voor de enkele intimi die hij had – dat hij tien jaar alleen woonde. Nog geen maand nadat hun jongste dochter het huis was uitgegaan, had zijn echtgenote aangekondigd dat zij wilde scheiden. Hij was even geschrokken, maar had snel ingestemd en alle gewenste medewerking verleend. Eigenlijk voelde hij zich opgelucht dat de nogal bemoeizuchtige vrouw met wie hij alleen nog de belangstelling voor hun kinderen deelde, zou vertrekken. Zij waren jong getrouwd, dus ze hadden beiden nog genoeg mogelijkheden. Toch had hij, in tegenstelling tot zijn ex-vrouw, geen nieuwe relatie meer gevonden.
Hij schonk zich een nieuw glas bourgogne in. Wat had hij sindsdien eigenlijk bereikt? Hij woonde in een behoorlijk huis, een monument in het centrum van Oudenhaven, een klein rivierstadje. Met de tegenwoordige prijzen zou dat in geval van nood aardig wat kunnen opbrengen. Hij staarde door het hoge raam naar de voortjagende wolken, die de zomernamiddag schemerig als een late herfstmiddag maakten.
En verder? Hij bekeek zichzelf in gedachten: een onopvallende gescheiden man van middelbare leeftijd met een beginnend buikje en een weinig indrukwekkende carrière. Hij had het dan wel gebracht tot hoofd public relations bij een bedrijf dat door het hele land hondentoiletten inrichtte, exploiteerde en onderhield, inhoudelijk waren zijn werkzaamheden toch nauwelijks bevredigend te noemen. Bovendien had hij een hekel aan honden. Nu ja, het leverde een aardig inkomen op en hij hield genoeg vrije tijd over voor andere dingen. Niet dat hij zoveel deed: hij hield wat kranten bij, soms verdiepte hij zich in de geschiedenis van Oudenhaven.
Vandaag was zijn zomervakantie begonnen. Hij had nog geen idee hoe hij die zou besteden. Natuurlijk zou hij zijn plan weer kunnen oppakken om de geschiedenis van Oudenhaven in de zestiende eeuw te beschrijven. Daarmee was hij nooit verder gekomen dan het verzamelen van materiaal en enkele losse aantekeningen. Hij zou ook op vakantie kunnen gaan; dat had hij al jaren niet meer gedaan. Sinds zijn scheiding had hij niet de energie kunnen opbrengen om een reis te organiseren. Zijn gedachten dwaalden terug naar vroegere vakanties met zijn echtgenote, daarvóór de zwerftochten als student. Hij zou dat nu niet meer aandurven.
Hij stond op en liep naar het raam. Er leek een forse regenbui op komst. Deze vakantie moest hij zijn lamlendigheid nu maar eens doorbreken. [Of: ” (…)”] Al maanden lag er een aantal antieke boeken onaangeroerd in de boekenkast. Vandaag nog zou hij een opzet gaan maken voor zijn studie en zou hij beginnen met de bestudering van de nieuwe aanwinsten.
Zijn gedachten werden onderbroken door het haperende geluid van de bel. Wat geïrriteerd liep hij naar de voordeur. Een collecte, voor een organisatie tegen huiselijk geweld of zoiets.
Een jonge onderzoeker beleeft een stormachtige liefdesnacht met de lieftallige Elise. Daarna verdwijnt zij spoorloos. Jaren later, na een snelle wetenschappelijke carrière, meent hij haar weer te ontmoeten.

Verstoring
Pieter komt op een herfstwandeling een merkwaardig gebouw tegen. Hij ontmoet er de mooie Roxanne, met wie hij een afspraakje maakt.

Genoegdoening
Een leraar klassieke talen wordt met pensioen gestuurd. ’s Avonds thuis droomt hij ervan dat hij uit wraak de auto van zijn rector vernielt. De auto blijkt de volgende dag inderdaad beschadigd.


Ieder mens is een verhalenverteller. Hij leeft omringd door zijn eigen verhalen en de verhalen van anderen. Hij ziet alles wat hij meemaakt in het licht van deze verhalen. Hij probeert zijn leven te leven alsof hij het vertelde. Met woorden kun je je aan het nu onttrekken. Woorden zijn gevaarlijk, omdat ieder mens er zijn betekenis kan aan geven. Schrijven is onzeker zijn. Het is het beroep van elke verhalenverteller onzeker te zijn en zijn onzekerheid te verraden. Hij zoekt, met een rusteloos verlangen naar een lang verlangde rust.
Mensen zijn kletskousen. Zet twee mensen bij elkaar en vroeg of laat ontstaat een gesprek, ook als ze elkaar eigenlijk niets te vertellen hebben. Maar vertellen moeten ze. En als er niets de moeite van het vertellen waard is, dan maken ze het de moeite waard. Al zo lang als we terug kunnen kijken, vertellen mensen elkaar verhalen. En sommige verhalen worden doorverteld, van mens tot mens, van generatie tot generatie. Totdat ze op schrift worden vastgelegd.
Voor een goed verhaal is het feitelijk niet van belang of het echt is gebeurd. Realiteitswaarde is hooguit een interessant toegevoegd attribuut. Waar het om gaat is of mensen er zich mee kunnen vereenzelvigen. Of ze zichzelf in het verhaal kunnen verplaatsen, als acteur of potentieel verteller. Of het verhaal iets vertelt dat hen aangaat, dat het hen een blik biedt op een andere wereld of dat het hen duidelijk maakt dat hun wereld zo gek nog niet is. Er moet iets aan dat verhaal te beleven zijn. Het moet inspiratie bieden, troost, hoop of motivatie. Je moet het tot je eigen verhaal kunnen maken.
Dick van Zijderveld slaagt hierin meesterlijk.

Daarmee is niet gezegd dat er geen kloof zou bestaan tussen iemands verhalen en iemands leven. Mensen hebben er geen problemen mee om in twee werelden te leven.
Wat maakt nou een verhaal tot een goed verhaal? Zijn daar objectieve criteria voor? Ja, die zijn er, en ze zijn heel simpel: een verhaal is een goed verhaal als het wordt naverteld. Het is een kwestie van selectie, net zoals in de evolutie. Verhalen moeten onderling concurreren. En in die concurrentiestrijd komen sommige verhalen bovendrijven en andere leggen het loodje. De verhalen die overleven zijn de beste verhalen.
Van Zijderveld selecteerde vijf sterke verhalen. Kenmerkend voor zijn verhalen is de relatie tussen verteller (de auteur) en de luisteraar/lezer. Hij weet als geen ander de spanning ten top te voeren: pakkende openingszinnen (hij geeft enerzijds duidelijkheid, anderzijds roept hij vragen op), een duidelijk antwoord op wie, wat, waar (sommige schrijvers denken dat je lezers juist »in spanning« moet laten over waar een verhaal zich afspeelt en wat er nu eigenlijk gebeurt; dit is een misvatting: vaag doen heeft niets met spanning te maken; het is gekunsteld, een trucje, het is irritant; bovendien heb je er in een kort verhaal de tijd niet voor), hij komt snel tot de »point of attack« (een »point of attack« maakt duidelijk dat dit niet een gewone dag uit het leven van de hoofdpersoon is) en de »point of no return« (vandaag lijkt niet alleen een andere dag, vandaag gaat definitief een andere dag worden), zijn personages hebben een missie, een doel, hij is selectief met details, het zijn menselijke verhalen en meerstemmig (een mens heeft meerdere kanten; personages waarvan slechts één kant naar voren komt, zijn meestal niet interessant; het zijn »flat characters«).
Over al deze eigenschappen beschikt Dick van Zijderveld. Hij verdient aandacht, waardering en toekomstperspectief!

Thierry Deleu,
Vlaams schrijver, dichter, essayist (De geletterde mens & The Razor), voorzitter van »De 50 Meester-dichters van de Lage Landen bij de zee«.
Liefde en dood op Sint-André op komst.

12-1-2010

Dick van Zijderveld, Late lente, Uitgeverij Free Musketeers, 203 p., ISBN: 978-00-484-0611-1.
Prijs: 17,95 euro (exclusief verzendkosten).
www.freemusketeers.nl

Meer over »Late lente«.



Naar de webstek van Dick van Zijderveld.

Terug naar boven

NAAR OPENINGSPAGINA




––––––––––––––––––––––––––––––


© Dick van Zijderveld 2010